TUINWEETJES

TIPS OVER TUIN- EN KAMERPLANTEN

vrijdag 1 november 2013

Heermoes: het medicijn

Als onkruid is het Heermoes (Latijnse naam Equisetum arvense)  niet echt een geliefde plant in onze tuinen. Toch zijn er ook positieve dingen over de plant te melden. Vooral in de kruiden geneeskunde worden er mooie dingen over Heermoes verteld.

Zo gebruikten de Romeinen de plant als schuurmiddel van potten en pannen en werd de plant in de middeleeuwen gebruikt om tin en fijn houtwerk te borstelen. 

 De oude Grieken gebruikten de plant al als middel om het bloeden van wonden te stoppen, bij het  helen van botbreuken en het verzachten van schaafwonden. Dit alles door de de mineralen en vitamines die de plant in hoge mate bevat. Kruidendokters zijn dol op de plant en schrijven hem voor bij bloedarmoede en algehele slapheid. Verder verhardt hij de nagels, brengt futloos haar weer tot leven en voorkomt vetafzetting in de aderen. Als gorgeldrank en inwendig om nierstenen te behandelen en inwendige bloedingen te stelpen.  Kortom er wordt een heel scala aan geneeskrachtige eigenschappen aan deze plant toegedicht.

De fytotherapie kent nog meer toepassingen van deze plant: het elastisch vermogen van de plant wordt hier aangewend voor het herstel van pezen (bij o.a. de tennisarm), bij botontkalking, reuma en artritis. De aanwezigheid van Siliciumdioxide in de plant zou hiervoor verantwoordelijk zijn.

Op culinair gebied is er niets te vinden dat deze plant iets geliefder of meer getolereerd maakt. De plant is ronduit vies en hooguit eetbaar als er niets anders meer voorhanden is.

Uiteraard wordt het zelf knoeien en samenstellen van smeerseltjes en drankjes ten zeerste ontraden. Kruidendokters daarentegen kunnen wel geraadpleegd worden. Mocht je een overdaad aan Heermoes in de tuin hebben dan kun je nog altijd overwegen, de oogst aan te bieden aan een kruidendokter of fytotherapeut (mits hij/zij natuurlijk zelf oogst) in ruil voor enkele kruidenmengsels.    


woensdag 9 oktober 2013

Bijen- en vlinderplanten.

lijst bijen- en vlinderplanten

Dat het al een tijdje slecht gaat met de bijen en vlinders is denk ik, bij iedere tuinliefhebber bekend. Veel tuinders willen daar wel wat aan doen, maar het grote probleem is dat je vaak niet weet wat je er aan kunt doen, als individu voel je je al gauw een roepende in de woestijn.
Waarschijnlijk weten de wetenschappers nu wel de oorzaak van de massale bijensterfte en dat is, hoe kan het ook anders, de nieuwe generaties landbouw bestrijdingsmiddelen. Voordat hier adequate maatregelen tegen zijn genomen zijn wij al weer een flinke tijd verder. Hopelijk is die tijd ons nog wel gegeven.
Hoewel de berichten niet bepaald opwekkend zijn, viel het mij deze zomer toch op dat er in de tuin een aardige populatie aan bijen aan het werk was. De lavendel en de asters gonsden toch aardig overdag, en ook de brugmansia, de teunisbloemen, en de mirabellis werden druk bezocht door nachtvlinders.

Om nu direct een bijenkorf in de tuin te plaatsen gaat voor menigeen natuurlijk wel iets te ver, maar er zijn toch wel kinderboerderijen en heemtuinen in de buurt die een dergelijk initiatief misschien wel toejuichen. Als particulier tuinier is er natuurlijk ook op kleine schaal wat te doen. Richt je tuin in met een flinke border of  plaats wat leuke potten met planten die aantrekkelijk zijn voor bijen en vlinders. Gebruik geen chemische bestrijdingsmiddelen in de tuin. Er zijn genoeg milieuvriendelijke methodes om plagen te bestrijden. Zorg voor een goed biologisch evenwicht in de tuin en laat de natuur zijn gang gaan door niet alle andere insecten, zoals wormen, pissebedden enz. gelijk te bestrijden.  

Bovenstaande link verwijst naar een lijst met planten die aantrekkelijk zijn voor allerlei soorten bijen,  dag- en nachtvlinders. De lijst bevat één, tweejarig en vaste planten. Het najaar is de beste tijd om een leuk tuinplan te maken en met wat speurwerk op google kun je aan de hand van deze lijst zelf een mooie kleurrijke border samenstellen. Er zit voor ieder wat wils bij. Voor de natuurtuin, de designtuin, zelf in een geheel bestrate tuin, kun je in een bak of pot al een aardig minituintje in elkaar zetten.





donderdag 8 augustus 2013

Heermoes : het onkruid.

Onder onkruid verstaan wij alles dat je niet in je tuin wilt hebben. Voor de één is dat een Paardenbloem, Boterbloem  of de Brunel, voor een ander is de Akelei, Vergeet mij niet, Madelief niet te verteren, zichzelf uitzaaiend ongewenst plantgoed. Er wordt veel over planten geschreven, zowel zinnig als onzinnig. Een plant/onkruid waar echter in de boeken zeer weinig over wordt geschreven, maar de gemoederen toch aardig bezig houdt, is de Heermoes ook wel Paardenstaart genoemd. Je ziet hem overal bij bouwgronden, volkstuinen , en dan vooral in de paden en heggen, tussen tegels en in stegen. Staat hij eenmaal in de tuin, berg je dan maar, je komt er nauwelijks vanaf. Zelfs Zevenblad is een onschuldig onkruidje in verhouding tot Heermoes. Na een zoektocht op internet en zoeken in diverse gidsjes ter bestrijding van onkruiden kwam ik toch tot een redelijk advies om van deze plant af te komen.

In de tuincentra is geen middel verkrijgbaar dat de plant definitief terugdringt. Een zoektocht op internet leidt naar Belgische leveranciers. Dit middel is echter dermate agressief dat het in een kleine huis-tuin en keuken tuin niet is te gebruiken. Het verbrandt alle andere planten en geeft ook geen 100% oplossing. Op akkerlanden waar het wordt gebruikt, wordt geadviseerd om geen gewassen te telen gedurende het komende seizoen. Ik geloof dat dit een redelijke indicatie geeft over de onbruikbaarheid van dit middel. Uiteraard zullen er particulieren zijn die volkstuinen bezitten en op deze manier van het onkruid af willen komen, maar realiseer je dat het middel erger is dan de kwaal.

Is er dan helemaal niks tegen te doen? Toch wel, een paar tips.

Eerste en belangrijkste: wees voorzichtig met stekken van andere tuinders. Let erop dat je geen Heermoes uit andere tuinen meeneemt als je stekken verzamelt, of spoel de stekken schoon, zodat geen wortelresten van onkruiden in de stekken zitten.

Schoffel of graaf het onkruid er in het voorjaar uit, zodra het opkomt. De Heeremoes heeft lange elastische wortels die diep de grond in gaan en daar knolletjes vormen, die weer nieuwe planten vormen. Dek de planten waar de Heeremoes is ingegroeid, zoals Hortensia en Kamperfoelie die moeilijk zijn op te rooien, af met compost. Vaste planten kun je oprooien en schoonspoelen. Heermoes gedijt goed op armoedige grond. Zorg dus voor een goede vruchtbare grond. Gebruik veel compost, desnoods kalk. Kijk wel uit voor zuurminnende planten als je kalk strooit.
Belangrijk is wel dat je de Heermoes niet te groot laat worden. Hoe groter de plant, hoe meer knolletjes en hoe meer zaailingen. 

Groeit het Heermoes in de stegen of tussen de tegels, besproei dan met schoonmaakzijn. Zorg hierbij wel dat je geen wortels van andere planten besproeit, deze zullen zeker verbranden.

Helemaal schoon zal je de tuin niet krijgen, maar met een regelmatige schoffel, graaf of sproeibeurt, houd je het tenminste wel onder controle.   

zaterdag 25 mei 2013

PATIOPLANTEN: SUNDAVILLE/ MANDEVILLA/DIPLADENIA EN NERIUM OLEANDER

De Mandevilla/Dipladenia ook wel bekend onder de naam Sundaville/Mandevilla in combinatie met Dipladenia is een plant die zich in grote mate mag scharen onder de meest populaire terrasplanten. Een paar weetjes over deze plant is dus geen overbodige luxe, want hoewel het een vrij makkelijke plant is, hangt er uiteraard een gebruiksaanwijzing aan.
De plant komt oorspronkelijk uit Zuid Amerika, wat dus gelijk zijn winterhardheid verklaart. Namelijk: niet. De plant slingert zich in Zuid Amerika, met name Brazilië om iedere plant die maar voor handen is. Een echte slingeraap dus. Op het kleine rekje dat bijgeleverd is door de kwekerijen, voelt de plant zich dus al gauw in de  gevangenis. Zeg nou zelf, slingeren in een flink oerwoud of je moeten behelpen met een klein bamboerekje uit de kwekerij. Denk bij het oerwoud ook aan het licht. In het oerwoud is het niet 100% zon. Een plek in de halfschaduw is meest ideaal.Dus niet echt op het zuiden. Staat hij daar wel houd dan de vochtigheid goed in de gaten. Laat hem niet uitdrogen maar ook niet verzuipen. Stress en aanpassingsmoeilijkheden zijn niet ongewoon. Indien mogelijk, geef de plant de ruimte. Kan hij niet klimmen, laat hem dan hangen; als hij maar de ruimte krijgt.
De planten worden in de kwekerij vaak flink voorgetrokken dmv groeiremmers. En in het traject tussen kweker, veiling, verkoper en klant zit dus nog een aardige ruimte. Gaat het ergens in dit traject fout (denk aan grote wisseling in temperatuur, verkeerde opslag, droogte door vertraging in levering) dan krijg je dus een zwaar gestresste plant die in het slechtste geval alle knoppen laat vallen. Vooral grote temperatuursschommelingen zijn funest voor terrasplanten.

Verwacht dus niet gelijk het wonder van een pas aangeschaft exemplaar, maar geef de plant de tijd om te acclimatiseren. Sproei of nevel de plant regelmatig. Zorg voor een regelmatige watergift, maar laat de plant nooit in het water staan, want aan natte voeten heeft bijna iedere plant de pest (behalve natuurlijk moeras en waterplanten). Geef de plant de ruimte; probeer dus met extra bamboe stokken de plant wat meer groeiruimte te geven of laat je hem in een boom of struik slingeren.
Verwijder zo veel mogelijk uitgebloeide bloemen en snoei uitgebloeide twijgen weg tot nieuwe loten. Wil je de plant overhouden tot volgend jaar, haal de plant dan in het najaar binnen. Zorg voor een temperatuur rond de 10 en 15 graden. Wel veel licht, maar minimaal water. Let als de plant binnenshuis is vooral goed op eventuele plagen zoals bladluis of spint (vooral in droge ruimte) en behandel de plant zodra zich een plaag aandient. Bij spint vooral de luchtvochtigheid verhogen en regelmatig afsproeien; bij bladluis behandelen met een mengsel van 1liter water, vermengd met 10cc spiritus en 1 el groene zeep.
Als de plant dit allemaal heeft overleefd, in het voorjaar verpotten, bijsnoeien, warmer zetten, voeding geven en opnieuw genieten. Mocht het ondanks alles toch niet lukken: dan gewoon een nieuwe vragen of kopen.

NERIUM OLEANDER

De Oleander is eigenlijk een armoede plant. De plant bloeit uitbundig langs loeihete spaanse oprijlanen en wegen, entrees voor bijna iedere camping, in de meest onooglijke potten enz. Ook in de brandende griekse zon tussen wat tegels en in goten, tussen de griekse ruïnes, je ziet en ruikt de Nerium Oleander overal. Kortom het is de paardebloem van de subtropen. Toch valt er nog wel iets meer over te vertellen. De plant doet het prima op een wat zanderige, armoedige grond, maar ook kleigrond wordt goed verdragen. In ieder geval moet de grond goed water doorlatend zijn en dat is op klei nogal eens een probleem. Hoewel hij prima onder droge en hete omstandigheden functioneert is een royale watergift altijd welkom, mits de plant overdag in de volle zon staat (dus 's ochtends vroeg of 's avonds laat water geven). De plant is gevoelig voor dopluis. Deze lijken op kleine harde bolletjes onder het blad. Aanstippen met een wattenstaafje met spiritus werkt goed. Om te overwinteren: bijtijds naar binnen, op een lichte koele plaats, zeer matig  water, in het voorjaar verpotten en ieder derde jaar terugsnoeien. Stekken nemen in het voorjaar.

NIET ONBELANGRIJK: Alles aan de plant is GIFTIG. Dus snoeiwerk in de vuilnisbak en niet op de composthoop.















donderdag 2 mei 2013

Bougainvillea

Wie ooit het zonnige zuiden heeft bezocht kan er niet omheen. In ieder dorpje, hoe klein ook, hebben zij er wel eentje staan.Volop in bloei, beetje kaal aan de onderkant. Meestal in hele kleine boomspiegels. Blaadjes nauwelijks zichtbaar en altijd tegen een wit gepleisterde muur. De bougainvillea. Geweldig mooie klimmer, die wij maar wat graag in onze tuin willen hebben.
Helaas, de bougainvillea is niet winterhard en zal een hollandse winter niet overleven in de tuin. Maar niet getreurd; Nederland is een patioland bij uitstek en wij leven bovendien ook nog in een wegwerp maatschappij. Zet de nieuw aangeschafte bloeiende plant in een warme serre of op een warm terras, dus minimaal op de zuidkant en het liefst ook nog tegen een muur, en je hebt een volle zomer plezier van deze plant. Omdat de plant in de kwekerij volgestopt is met groeiremmers, om hem flink in bloei te trekken, zal hij met wat sproeiwerk, regelmatig water geven, mits voorzien van goede afwatering, de hollandse zomer een vleug geven van het ultieme mediterrane gevoel. Let bij aanschaf er wel op dat de kleine witte bloempjes tussen de paarse/roze/witte of gele schutbladeren nog wel in de knop staan. Uitgebloeide planten zijn herkenbaar aan verkreukelde bloempjes tussen deze schutbladeren. De schutbladeren bepalen de schoonheidswaarde van de plant en vallen uit zodra de bloempjes zijn uitgebloeid.

Voor de echte groene vingers is het een uitdaging om hem te laten overwinteren en de minder enthousiaste tuinder gooit hem na de bloei op de composthoop. Natuurlijk is het altijd een uitdaging om de plant na de winter weer in bloei te trekken, maar dan moet hij deze dus wel eerst overleven, en geloof mij: hij wordt je dierbaarder dan je ooit voor mogelijk hebt gehouden.
 Dus hierbij enkele gulden regels. Laat de plant in de zomer lekker zijn gang gaan. Plaats op een zonnige, warme plek in de serre of op het terras, bij voorkeur tegen een warme zuidmuur.

De patio versie:
Geef bij voorkeur 's avonds water, bekijk de stand van het groen, hangt het slap geef dan water, staan de bladeren er nog vrolijk en fris bij, wacht dan met water  geven. Zorg vooral voor een  goede afwatering, natte voeten is een ramp voor de plant. Dus let  er bij regen op dat de plant niet te nat staat. Vooral in kunststof potten kan de vochtigheid van de kluit desastreus worden. Voorkeur gaat dan ook uit naar een mooie grote pot van aardewerk. Knip de uitgebloeide bloemen er regelmatig uit. Let erop dat je terug snoeit tot een nieuwe bladknop. Voeding: geef de plant voeding met een laag stikstof gehalte. Vooral plantenvoeding voor orchideeën heeft een laag stikstof gehalte. De normale verhouding (zie etiket) is 7+3+5. Er zijn echter samenstellingen in de handel met de verhouding 3+6+6 (eerste cijfer staat voor stikstof).  Geef niet vaker dan 1 x in de 2 weken en stop hiermee in september. Haal de plant bij de eerste tekenen van nachtvorst binnen, en laat overwinteren op een lichte, koele droge plek. Hij zal waarschijnlijk helemaal kaal worden, maar dat is normaal. Geen paniek!! Staat de plant te warm dan zal hij nieuwe loten gaan ontwikkelen, deze zijn zeer luis en spint gevoelig. Zet de plant indien mogelijk iets koeler, maar nooit onder de 4 graden. In het voorjaar voorzie je de plant van nieuwe aarde en/of grotere pot. Snoei hem terug tot ongeveer één meter in de hoogte en 50 cm in de breedte. Kijk even naar het gestel (de vorm) van de plant en snoei daarbinnen in een mooie vorm, zet de plant warmer, geef meer water en geniet in de zomer weer volop van de mediterraanse schoonheid.
De serre versie:
Een bougainvillea in de serre kan explosief groeien. Vooral bij een serre als verlengstuk van de woonkamer kan de temperatuur in de zomer oplopen tot tropische temperaturen. De plant voelt zich hier uiteraard zeer prettig bij en gaat enorm groeien en bloeien. Belangrijk is dat je hier ook de vocht huishouding aanpast en het directe zonlicht, indien mogelijk, enigszins tempert. Water geven moet op deze plek dan ook met een hogere frequentie dan de patioversie. Let hier echter ook op een goede afwatering. Plantenvoedingadvies is hetzelfde.  In de serre is de plant zeer luis en spint gevoelig.  Zorg daarom voor een hoge luchtvochtigheid en sproei en nevel regelmatig.  Regelmatig bijsnoeien, geeft maanden lang prachtige trossen bloemen. In het najaar, indien mogelijk, koeler zetten. Hij kan in de serre blijven staan (bij het raam is het in de serre 's winters meestal kouder),  maar de plant is niet echt meer een sieraad in de kamer. In het voorjaar flink terugsnoeien, aarde verversen en eventueel verpotten.




donderdag 4 april 2013

Pioenen en Boompioenen. deel I.


Straks staan ze als snijbloem weer overal volop te koop: de pioenrozen.

Je houdt er van of je vindt het niks. Een tussenweg lijkt niet te bestaan. De één vindt de pioenroos de ultieme romatische boodschap terwijl een ander de bloem wulps en ordinair vindt.

Ik mag mij rekenen tot de liefhebbers. Had ik een tuin van ruimer formaat dan de 60 vierkante meter, waarin ik al mijn favorieten een plek moet zien te geven, dan kende ik een royale plek toe aan de pioenen. Ook de boompioen mag ik tot mijn favorieten rekenen.
De pioen is een makkelijke tuinplant, qua onderhoud en verzorging kan je er jaren lang van genieten en ook het opkweken van nieuwe planten uit zaad is geen echt ingewikkeld kwekerswerk.



Er zijn zo ongeveer  35 verschillende soorten. De meesten gedijen prima op vette hollandse klei, maar ook op zandgrond, mits flink bemest, worden goede resultaten bereikt.
De pioenen worden in de handel aangeboden als ze net boven de grond komen. Kies exemplaren uit met zoveel mogelijk "neuzen", de rode punten die boven de grond komen. Ook hier geldt, goedkoop is duurkoop. Goedkope aanbiedingen met nauwelijks neuzen boven de grond ontwikkelen geen of pas na jaren bloemen.
De planten verlangen een plek in de zon of in gefilterd zonlicht. Belangrijk is dat de grond niet uitdroogt en altijd een beetje vochtig is, een goede mulch laag houdt het vocht langer vast. Een royale bemesting met koekorrels in voor- en najaar wordt zeer gewaardeerd. Zet vroeg in het groeiseizoen alvast een plantensteun om de pioen heen. Zo voorkom je dat de bloemen later in het seizoen topzwaar worden en omknakken. Als de pioen knoppen gaat vormen zul je zien dat er regelmatig mieren rond de knoppen rondkruipen. Mieren zijn nl dol op de nectar van pioenen. Hoewel er wel wordt gezegd dat de mieren schimmels en ziekten overbrengen, doen ze volgens mij niet echt veel kwaad. Bij  een ernstige mierenplaag kun je ze altijd zachtjes afsproeien met water.

KWEKEN, DELEN EN VERPLAATSEN
Het  fraaie blad van de pioen heeft na de bloei ook nog een hoge sierwaarde in de tuin. De uitgebloeide bloemen vormen peulen, deze kunnen worden geoogst en gedroogd. Bewaar de peulen in een papieren zakje (nooit in plastic). Na rijping barsten de peulen open, het zaad dat vrij komt kan worden gebruikt om nieuwe planten op te kweken. Ga daarvoor als volgt te werk:
Pioenen zijn koudkiemers en de zaden zijn erg hard. Bewerk de zaden met een vijl of een mes (zijn de zaden erg fijn, gebruik dan schuurpapier), week ze vervolgens een paar uur in water. Zaai de zaden in een kweekbak en bedek met stekgrond of fijn grit en zet de planten  op een koude plek. Zijn de temperaturen buiten nog te hoog, zet  dan de goed afgedekte bak een paar dagen in de koelkast. De gekiemde zaden in het voorjaar uitplanten.


Hoewel de pioen een makkelijke plant is, laat hij zich  moeilijk verplaatsen. Na verplaatsen slaat de bloei meestal een jaar over. Belangrijk is dat de vlezige wortels niet beschadigen bij het oprooien. Neem de plant op met een zo groot mogelijke kluit. Mocht de plant te groot worden voor de toegewezen plek in de tuin, rooi de plant dan zo ruim mogelijk op. Deel de kroon met een scherp mes en zorg ook hierbij dat de wortels zo veel mogelijk in takt blijven. Behandel de aangesneden delen van de kroon met een schimmelwerend middel.

Informatie over cultivars, de boompioen en kwalen en ziektes bij de pioenen in deel II



Pioenen en Boompioenen, deel II



BOOMPIOEN: PAEONIA. Suffruticosa


 
 De boompioen kan enorm uitgroeien en wordt daardoor erg kwetsbaar bij sterke wind. Een goede ondersteuning is belangrijk, maar bind de pioen niet te strak aan. Hij heeft ruimte nodig om te bewegen op de wind. Qua grond en zonlicht zijn de condities hetzelfde als de struikpioen. De bloemen zijn vaak aanmerkelijk groter, vaak een doorsnee van 30 cm, maar zijn wel vrij snel uitgebloeid





SNOEIEN
Over het snoeien lopen de meningen erg uiteen. Volgens de één moet hij regelmatig helemaal terug worden gesnoeid de ander zegt dat hij absoluut niet mag worden gesnoeid. Ik heb gekozen voor de gulden middenweg en de plant staat al jaren bij mij in de tuin. Let na de bloei goed op nieuw ontwikkelde knoppen op de stammen. Wordt de boompioen te groot snoei dan ruim boven deze nieuwe knoppen weg. Snoei nooit te veel in één keer, maar snoei ieder jaar dat gedeelte, waarvan je vindt, dat het te groot of te hoog is geworden.

ZIEKTEN EN PLAGEN
Tenslotte nog even over de meest voorkomende kwalen en ziektes: over het algemeen hebben pioenen weinig last van ziektes, het is een vrij sterke plant. Bij slechte verzorging kunnen echter schimmelziektes voorkomen. Bijvoorbeeld: Botrytis (grauwe schimmel), Armillaria mellea (echte honingzwam). Bladvlekkenziekten en verwelkingsziekten. Het verwijderen van aangetaste delen is meestal afdoende. Informatie en behandeling van andere aantastingen of plagen kan, na gedetaileerde beschrijving, op verzoek worden gegeven. Ook informatie over specifieke cultivars kan op verzoek worden gemaild. Mail daarvoor naar nbroek77@hotmail.com of tuinweetjes@gmail.com