TUINWEETJES

TIPS OVER TUIN- EN KAMERPLANTEN

vrijdag 27 mei 2011

Rozenweetjes

De meest bezongen en beschreven bloem is de roos. Tientallen boeken met honderden prachtige soorten en inspirerende namen zijn er verkrijgbaar. De roos als symbool van liefde en schoonheid. Heerlijk is het om een prachtige bos rozen te krijgen, maar nog fijner als de gulle gever ook alvast de doornen heeft verwijderd. Want hoe mooi en lieflijk de roos ook is, aan zijn doornen ontkom je niet en er hangt een gebruiksaanwijzing aan.
Zet je de roos in een te warme kamer dan blijft er weinig over voor poëzie en romantiek. Ook tocht en direct zonlicht haalt de fut eruit en de roos laat triest zijn kopje hangen. De vrolijkheid bij het zien van zo een bos rozen is ver te zoeken.
In de tuin heeft de roos ook zo zijn gebruiksaanwijzing. Hij verlangt in ieder geval een zonnige plaats met een goede vruchtbare en vochtdoorlatende grond. De roos gruwt van natte voeten. Gevoeligheid voor allerlei ziektes en ongedierte is vaak de reden dat de roos uit de tuin wordt geweerd. Een roos vol met luis of kale takken, omdat de roos weer eens last heeft van schimmel, is nu niet bepaald een ideaal plaatje voor in de tuin. Met echter een paar eenvoudige basis tips kunnen deze plagen worden verholpen of voorkomen.
Let ten eerste bij aankoop op de kwaliteit van de roos. Bij de tuincentra of de goede rozenkweker zijn vaak soorten te koop die redelijk resistent zijn voor de meeste schimmels. Deze soorten zijn vaak wel duurder maar in dit geval geldt de regel, dat goedkoop duurkoop is.
Koop de roos in het juiste seizoen. Het voorjaar en najaar zijn de beste tijd voor het planten van nieuwe rozen.

De roos staat graag op een plaats waar de wind vrij door de takken kan waaien.Vermeng de grond voor het aanplanten met compost of verteerde stalmest. Leg een laag mulch aan om de voet van de stam. Knip uitgebloeide bloemen altijd terug tot het eerste vijfblad.
Sproei rozen bij voorkeur ’s morgens.Geef je ’s avonds water, giet dan direct bij de stam en zorg dat de bladeren droog blijven. De temperatuursverschillen tussen dag en nacht maken de natte bladeren gevoelig voor schimmels. Krijgt de roos toch witte, bruine en zwarte vlekken op de bladeren of verkleuren de takken naar zwart, verwijder dan onmiddellijk het aangetaste blad. Behandel de plant bij ernstige aantasting in het voorjaar dan gelijk met een goed schimmelwerend middel.Verwijder alle aangetaste bladeren en takken, ook de bladeren die op de grond liggen en gooi ze in de vuilnisbak. Niet op de composthoop want dan woekeren de schimmels vrolijk verder. Geef een bloeiende roos regelmatig voeding. Rozenmest, bitterzout en koeienkorrels doen wonderen. Bij luizenplagen werkt een oplossing met 1 liter water, 10 gram groene zeep en 10cc spiritus meestal afdoende. Wel na 10 dagen herhalen. Ook bij aantasting door zg bladrollers helpt een flinke sproeibeurt, verwijder de gekrulde bladeren.
Omdat er zo vreselijk veel verschillende soorten rozen zijn is het erg moeilijk om vaste richtlijnen aan te geven, maar met deze basis regels moet het toch lukken om een paar mooie struiken of een goede klimroos in de tuin gezond te houden.
Mijn voorkeur gaat uit naar de zogenaamde Ramblerrozen. Deze rozen worden vaak over pergola’s en rozenbogen geleid. De rozen kunnen wel 12 meter worden. Ook geleidt in een oude boom, staat zo een gigantische roos in bloei, als een sprookje. Helaas heeft mijn tuin daarvoor niet het juiste formaat. Het is dus “ behelpen” met de klimroos New Dawn en de struikrozen van de Engelse rozenkweker David Austin.
Over het snoeien van rozen wordt moeilijker gedaan dan het eigenlijk is. Er zijn vaste snoeiregels voor de diverse soorten. De beste tijd om rozen te snoeien is, afhankelijk van de soort, november of maart. Rond die tijd zal ik hier nog wat tips, per soort, over geven. Eerst nog maar even genieten van de delicate geur en de schoonheid van mijn rozen.






dinsdag 24 mei 2011

Alarm voor de bijtjes

vuurdoorn in bloei

Dat het een prachtig voorjaar is, kunnen wij nu, op de drempel van de zomer wel met zekerheid zeggen. De rozen, seringen lelies, irissen, het doet er niet toe welke voorjaarsbloeier je noemt, het kan niet op. Alles staat er perfect bij. Toch is er iets goed fout in de natuur en de scherpe observeerder moet het ook zijn opgevallen. Wij missen namelijk een heleboel bijen. Nu al heb ik de buren horen klagen dat er bijna geen appels aan de boom komen, terwijl de boom toch volop in bloei heeft gestaan. Ook de pruimenboom geeft voortekenen van een armoedige oogst.

In het programma de “Wereld draait door” werd, vorig jaar, de alarmklok ook al geluid en werd onze nationale bioloog, Midas Dekkers, om raad gevraagd. Helaas, ook hij moest een antwoord schuldig blijven.

Wat is er nu precies aan de hand: Wereldwijd verdwijnen er hele bijenvolken of sterven massaal uit. De oorzaak is nog onbekend, hoewel er steeds meer geruchten komen dat de chemische onkruid- en ongedierte bestrijding hier een aardig aandeel in hebben. Mogelijk komt het door overmatig gebruik van mobieltjes waardoor de bijen gedesoriënteerd raken, straling, virussen, pesticiden? Joost mag het weten. Adequate maatregelen worden dus ook nog niet genomen. Ondertussen wordt de situatie voor de natuur er natuurlijk niet beter op. Je voelt je een roepende in de woestijn, je wilt graag iets doen, maar je weet niet wat.

Om toch het idee te hebben iets voor ons nijver volk te doen, wil ik bij deze dus een paar tips geven om zoveel mogelijk bijen te beschermen en zoveel mogelijk naar de tuin te lokken, om zo een steentje bij te dragen om de natuur in stand te houden.Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen om insectenplagen en schimmels te bestrijden is natuurlijk taboe. Gebruik in plaats hiervan zachte zeepoplossingen of spuit luizen af met water. Verwijder bij schimmels de aangetaste delen. Als het echt niet anders kan sproei dan met een milieuvriendelijk middel en na zonsondergang als (die paar) bijen hun korf hebben gevonden.

Verzamel zoveel mogelijk planten die voor bijen aantrekkelijk zijn in de tuin. Heb je een tuin met uitsluitend tegels, zet dan een paar bakken met bijenlokkers in een kaal hoekje.Struiken die aantrekkelijk zijn voor bijen: Vlier, Spirea, Jasmijn, Sering, Buddlea (Vlinderstruik) en de Viburnum.

Planten die bijen lokken zijn o.a:. Koninginnekruid (Eupatorium), Korenbloem (Centaurea), Sedum, Salvia en Tijmsoorten, Lavendel, Lavatera, Allium, Alyssum, Campanulasoorten, Stokroos, Koriander.

Stuk voor stuk prachtige struiken en planten en in iedere tuinstijl te plaatsen.

Voor mensen die bang zijn voor bijen de geruststelling: de bij steekt alleen als hij zich aangevallen voelt. Wespen kunnen lastig zijn, bijen zijn alleen geïnteresseerd in bloemen en honing. Dit ook ter geruststelling van mijn glazenwasser die vorig jaar mijn ramen niet wilde lappen omdat er, toen nog, teveel bijen in de Hibiscus, die naast het raam staat, zoemden. Ik hoop dat hij het dit jaar weer niet aandurft, dan gaat het tenminste goed met de bijen.

maandag 16 mei 2011

kleurenpalet van de mei tuin


April heeft zich, ondanks de koude nachten toch wel van zijn beste kant laten zien. Hoewel het ’s nachts toch nog flink koud was, hebben de voorjaarsstruiken alles uit de kast gehaald en ondanks de droogte toch een enorme bloesempracht laten zien. Zo explodeerde de Magnolia bijna letterlijk van de bloesem nadat ik eind maart, toch wat bezorgd was over de te verwachte bloei. De behoorlijk warme dagen van april, zorgden er ook voor dat de Rhododendrons niet wilden achter blijven in het kleuren palet. Het donkerpaars van de Sering, fuchsia rose van de Magnolia, het knetter rood van de Rhododendrons en de zachte blauwe waas van de Blauwe regen. Het is een waar kleur spektakel en een lust voor het oog.

De Camellia heeft het beste alweer gehad. Veel vragen kreeg ik over de bloemen die na ontluiking snel naar bruin verkleurden en de slechte kwaliteit van het groen. Helaas, is dit de oorzaak van de kou ’s nachts, en de vervolgens te hoge temperatuur overdag. Als de Camellia meer in de beschutting staat kan dit enigszins worden voorkomen maar de Camellia blijft een kwetsbare tuinplant, vooral in wintermaanden. De vette klei is ook geen ideale grond, het is nu eenmaal een zuurminnende struik. Een Camellia kan in de vette Purmerendse klei dus het best in een pot worden ingegraven, en ieder jaar worden vertroeteld met afgevallen bladeren en nieuwe zure grond. Ook voor de Rhododendrons zijn dit de beste omstandigheden. Mijn Rhododendrons staan al een tiental jaar in potten ingegraven en belonen deze behandeling met een jaarlijks terugkerende bloemen pracht. Uiteraard moet wel voor een goede afwatering worden gezorgd, want aan natte voeten heeft iedere struik een hekel. Na de bloei snoei ik de uitgebloeide bloemen eruit tot op een gezond nieuw knoppenpaar. De sierwaarde voor de rest van het jaar is niet zo heel erg groot, maar dat wordt goedgemaakt door de enorme bloemen gift in het voorjaar.





 



  

dinsdag 26 april 2011

Oranje planten

Zo vlak voor de viering van Koninginnedag  is het misschien wel een leuk idee om wat oranje plantentips te geven,  De papavers, de goudsbloemen (calendula), afrikaantjes (tagetes), het zijn allemaal één- of tweejarigen die het voorjaar kleur geven. Relatief makkelijk, maar ook vaak veroordeeld met het etiket "trutterigheid". Dit uiteraard geheel ten onrechte. Gebruik eens je zintuigen.
Bekijk eens een goudsbloem van dichtbij, snuif de lucht eens op van een afrikaantje en tot slot, luister eens naar het diepe gegons van de hommel in de net ontloken papaver. Neem er de tijd voor en je bent een liefhebber.
Met de huidige hysterie rond het Nederlands elftal, is het misschien zelfs wel een leuk idee om je tuin te beplanten met oranje bloemen. Met een beetje inspanning en aandacht, scoor je gelijk voor de hele buurt. Een veldje van 2 bij 2 meter, wat zaad en regelmatig water, geeft al genoeg voor diverse boeketten, en dat is weer eens iets anders dan lelijke irritant, hard wapperende vlaggetjes.
Nog meer tips: voor de "doe-het-zelver" op homeopatisch gebied geeft de goudsbloem zeer veel toepassingen. De papaver kan verwerkt worden tot leuke droogbloemboeketten, en  het zaad kan worden gebruikt voor nog meer pollen papavers en ook als maanzaad voor eigenmaakte biologische broodjes. Voor de dromer is het zaad nog een vlucht uit de werkelijkheid, mits in enorme hoeveelheden tot zich genomen. Tenslotte verjagen de afrikaantjes de luizen uit de rozen, maar dat is een tip die ik nog niet kan bevestigen, omdat de slakken sneller waren dan de luizen. M.a.w. zij hadden mijn afrikaantjes opgegeten voordat zij deze volkswijsheid waar konden maken.

donderdag 21 april 2011

Japanse Esdoorn

Een grote favoriet in de tuin is de Japanse Esdoorn ( Acer Japonicum). Weinig onderhoud, grote decoratieve waarde en blijft hanteerbaar op een kleine ruimte. Natuurlijk zitten er regeltjes aan. In deze droge april maand is het van essentieel belang dat je de plant ook wat extra water geeft. Niet alleen bij de stam, maar bij de Esdoorn is het belangrijk dat je ook de cirkel onder  het gebladerte bewaterd. Dus: watersproeien onder de bladeren tot en met de uiteinde van de kleinste twijgjes. Verder is snoeien absoluuut verboden in het voorjaar. In de zomer mag er wat aan vormsnoei gedaan worden en ook in de winter, mits voor januari, mogen dode takken worden verwijderd. Dit alles met het risico van doodbloeden. Vergeet echter nooit dat een boom/plant zijn eigen weg wil volgen en niet volgens een modebeeld gesnoeid mag worden. Dat is meer kwekerswerk en daar hangt dan ook weer een prijskaartje aan. Al met al heeft de Japanse een grote decoratieve waarde. Hij vraagt wel een goede vochtdoorlatende, humusrijke grond. Een plek in de zon/halfschaduw, maar vooral niet te schraal op de wind, mag wel op het zuidoosten, mits enigszins in de luwte.

woensdag 6 april 2011

Magnolia - voorjaarsreus





Magnolia: Prachtige voorjaarsreus

Tussen het geweld van de bloeiende Prunus en Vibernum, mogen wij de Magnolia als voorjaarsbloeier natuurlijk niet vergeten. De boom komt oorspronkelijk uit China, Japan en Amerika, en is er in ongeveer tachtig varianten. De mooiste Magnolia die ik ooit heb gezien staat in Zuid Frankrijk, vlak bij Anduze. De boom is tussen de vijftien en twintig meter hoog en de takken hebben een spanwijdte van meer dan tien meter. De geur van deze bloeiende Magnolia is adembenemend. Deze woudreus is te vinden in een bamboebos dat een paar honderd jaar geleden is aangelegd door een natuurliefhebber. Het bos staat vol met (uiteraard) bamboe planten in alle soorten en maten. Ook enorme Hortensia’s, de gigantische Amerikaanse Sequoia’s en Magnolia’s zijn ruimschoots aanwezig.
Ook in onze bescheiden tuinen is de Magnolia niet weg te denken. Gelukkig niet in het formaat van de zuid franse variant, wij doen het hier met de kleinere soorten. De Magnolia Denudata (wit met stervormige bloemen) en de M. Soulangeana (met een kleurenpalet van wit tot dieppaars), zijn de bekendste soorten en worden niet hoger dan vier meter. Het duurt tientallen jaren voordat zij de maximale hoogte hebben bereikt. Ideaal dus voor de kleinere tuin. De laatste genoemde staat sinds een jaar of twaalf bij mij in de tuin. Hij heeft prachtige paars/roze bloemen die ieder voorjaar op het kale hout verschijnen. Tijdens een warme april maand ruik je de bloemen al van ver en kan hij moeiteloos concurreren met de Sering. 

Een moeilijke struik/boom is het zeker niet. Een vruchtbare, vochtdoorlatende grond en een enigszins beschutte plek zijn de enige voorwaarden die de boom vereist. Snoeien is nauwelijks nodig. De boom heeft een prachtige vorm van zichzelf. Het wordt zelfs afgeraden om de boom al te veel terug te snoeien omdat de vorm dan verloren gaat. De bloemen en bladeren worden buiten proportie groot en de bloemen verwelken vaak al na twee dagen. Bij het aanschaffen van de Magnolia is het dus buitengewoon belangrijk om te kijken hoe groot de boom kan worden, want terugsnoeien om de groei in te perken, is bij deze boom geen optie.

Hoe dan ook in struik- of in boomvorm, de Magnolia is een vaste waarde in de voorjaarstuin. Als sierheester in een groep maar ook als solitair een enthousiaste voorloper van de naderende zomer.

Alruin - magische plant.

De Alruin ofwel Mandragora is een plant die bij velen tot de fantasie spreekt. De plant is omgeven met mythische verhalen en veel fantastische fabels, uit een tijd dat er nog sprookjes bestonden. De eerste verhalen over de Alruin dateren zelfs al van voor 1600 voor Christus, uit het oude Egypte. De plant werd in die tijd vooral gebruikt in de geneeskunde. Delen van de wortel werden in diverse medicijnen verwerkt voor het oplossen van problemen met de gal en depressiviteit. Ook veel vrouwenkwaaltjes werden genezen met het sap van de wortel.
De vruchten van de plant alsmede de wortel waren bij de oude Egyptenaren zeer geliefd. De appelvormige vruchten hebben een sterke verdovende werking en overmatig gebruik van de vruchten leidt tot diepe bewusteloosheid met zelfs de dood tot gevolg. Er gaan geruchten dat men al in slaap valt als men de vruchten van deze plant te lang in de hand houdt.
Omdat de penwortel de vorm heeft van een mannetje, kreeg deze wortel de naam het Alruinmannetje en werden er allerlei magische krachten aan de wortel toebedacht. Zo zijn er verhalen bekend over een Duitser  die rond 1900 er wel 1000 mark voor over had om deze talisman in zijn bezit te krijgen. Maar o wee, als je de talisman niet goed verzorgde dan vielen ellende en rampspoed je ten deel.
Het oogsten van de plant is ook al omgeven met allerlei speciale rituelen. De meest fantastische manier is wel het gebruik van een zwarte hond. Deze werd met een touw aan de plant gebonden. Vervolgens propte men de eigen oren goed dicht en gaf de hond een schop. De hond vloog vervolgens weg en trok daarbij de Alruin uit de grond. De Alruin slaakte hierbij zo een ijselijke gil dat de hond, en een ieder die zijn oren niet had dichtgestopt, dood neerviel. Ook in de Harry Potter boeken komt de Alruin, onder de naam Mandragora voor, en moet de plant geoogst worden met oorkleppen op, om de schreeuw van de Alruin tijdens het oogsten te dempen.
Het zelf opkweken van de plant is een uitdaging op zich.
De zaden zijn erg moeilijk te krijgen en moeten eigenlijk zo vers mogelijk gezaaid worden. Het liefst in een zanderige grond. Eenmaal gekiemd, kunnen de planten wel wat meer hebben. Zolang ze niet te warm staan (bladluizen) en niet te droog en vooral in een vruchtbare grond. Ze blijven dan minstens twee jaar staan, maar moeten daarna ook wel geoogst worden.
Via leveranciers van speciale zaden heb ik een paar keer zaad kunnen krijgen, maar het resultaat van kiemen was ronduit bedroevend. In totaal heb ik 4 keer echt resultaat gehad van de ongeveer 50 zaden die ik in de afgelopen jaren heb gezaaid. Twee plantjes zijn tot een echte wortel opgegroeid, maar ook die hadden niet echt veel weg van het alruinmannetje uit de historische kruidenboeken. Het derde exemplaar staat nog in een pot buiten. Deze is inmiddels twee jaar oud en kan dus geoogst worden. De buren hebben een zwarte hond. Ik denk niet dat ze, na het lezen van dit verhaal, de hond aan mij zullen uitlenen.